MAMA ELVIRA

Alhier een buitengewoon IM van Salvador Madrid voor en over zijn grootmoeder die na 99 jaar deze wereld verliet maar bij velen voortleeft. Ook in mij heeft Mama Elvira vanaf de eerste ontmoeting een plaats in mijn hoofd en hart ingenomen. Lees en je zal een kleine jongen te zien en te horen krijgen met grote ogen,wispelturige krullen en een strohoed die hem tracht te beschermen tegen de zon wanneer hij met zijn grootmoeder voor de eerste keer naar de kleine stad van Santa Rosa de Copan trekt om er haar zelfgerolde sigaren te gaan verkopen.

Salvador Madrid·maandag 25 september 2017

ELVIRA


Je neemt me bij de hand wanneer we uit de bus stappen. Je ruikt naar het woud van de hooglanden  en ik kijk omhoog naar je en alhoewel de zon me in de ogen priemt ontdek ik dat je je eigen licht hebt.


Ik bevind me  in jou licht, beschermd op mijn eerste trip naar de wereld, naar het kleine stadje van  Santa Rosa de Copán. “Hou de dingen goed vast ”,zeg je mij. En zo maak ik de farden met 500 tabaksigaren opgerold in droge bananenbladeren vast en bind ik ze vanachter op mijn rug terwijl jij jou 500 sigaren draagt; ik zet mijn strooien hoedje goed, ik kijk recht vooruit naar de stad en vraag je “ Wat zeg ik daar  mama?”,“ zeg beleefd goeie dag, kijk naar de mensen en zeg hen dan: koop sigaren “en zo begon mijn trip naar de stad en naar de ontdekking van de wereld,van winkeltje naar winkeltje, van minachting naar minachting,van gejammer naar  gejammer,tot we bijna verbrand door de zomer aan het park van Santa Rosa aankwamen. Ik ben te verrast om de wereld te leren kennen en ik voel geen moeheid, noch dat het zweet,het hemdje dat tante Amelia voor me maakte, op de huid doet plakken. Ik kijk naar die goedgeklede mensen die over zaken praten die ik niet versta, met die doekjes rond hun hals gebonden en hun blinkende schoenen. Ik zie voor hert eerst een superette, een bank, een winkel, een patisserie.   


Je neemt me bij de hand en je weet goed wat ik denk :ja, wij zijn anders, komen van ergens anders, maar we zijn niet minder waard. Ja, de zon steekt, het zal vlug middag zijn en we hebben nog geen enkele farde sigaren verkocht,je neemt me weer bij de hand en ik richt mijn blik op jou en verdrink in de jouwe ,je kijkt alsof je iets wil ontdekken en ik weet dat er een diepe triestheid in dat gebaar zit; vandaag,nu ik de zee en het universum van  boeken ken doet die blik van jou me nog meer pijn.


We hebben niets verkocht , denk ik bij mezelf, en ik wil iets zeggen maar ik kan niet en net voor ons passeert er een busje dat ijsjes verkoopt en luidt er een bel die me enig plezier verschaft,en jij kijkt me aan en zegt niets,een familie komt dichterbij en ze kopen ijsjes en ik zie hen en je kijkt me aan en ik probeer nogmaals in je blik een verklaring voor deze dingen te ontdekken. “Kom ,wandel voort jongen “ en ik stap achter je aan.“We gaan naar de markt “ zeg je “daar verkopen we ze wel,ik hou er niet echt van daar naar toe te gaan omdat ze er alles goedkoop willen”. “ Kom wandel voort jongen “ ik kijk je opnieuw aan terwijl we voortwandelen en een grote poort binnengaan,ik ruik groenten,gedroogde vis, het geroep wordt luider en kruiden, tamales, havermoutpap , soepen doorkruisen dit doolhof en we komen aan een stand met opgerolde stromatten, zakken met mais , bonen, rijst en duizenden kleine hangertjes die ik stilaan begin te onderscheiden : het zijn kleine plastieken autootjes, lemen figurtjes ook , ik ken geen vliegtuigen , geen oorlogstankers, noch ziekenwagens of brandweerwagens of raceauto’s noch politiemotors,de wereld is veel te nieuw voor mij ;ik kom van de hooglanden,voor mij is een vliegtuig een uur “het vliegtuig van drie uur  “ zeggen ze daar , voor mij is de wereld gecompliceerd; je woorden onderbreken me,we verkopen de 1000 sigaren die je met je handen maakte voor 50 pesos ,“ze kosten 5 centiemen per sigaar mijnheer”,maar de man wil de prijs niet aanvaarden,” haal de sigaren boven zoon en laat ze zien “ , ik open een pakket en toon hem een farde van vijftig sigaren, de man grist ze van mijn handen en ruikt eraan, haalt een briefje van 50 boven en houdt het vast met duim en wijsvinger, en zegt ja het zijn er goede  maar ook dat het slechte verkoopdagen zijn en dat hij dertig pesos voor de duizend wil geven , en jij zegt nee , ik hou de sigaren terug bij; opnieuw beginnen we  over de markt te wandelen, bieden we de sigaren aan,ze bekijken ze,ze betasten ze en zeggen dat het er goede zijn en ze kopen niet,het zijn slechte verkoopdagen. Ik kijk je terug aan terwijl je halt houdt en me heel lief aankijkt ,zo diep dat jou ogen graven en ik in het midden van de wereld lach naar je “ Ben je moe ? “ vraag je me en ik ben moe en hongerig, maar een stem in mezelf zegt me naar je te lachen en je liefdevol aan te kijken en ik zeg nee, dat alles goed is en dat ik blij ben de wereld te leren kennen.


En we beginnen terug over de markt te wandelen naar de eerste plaats waar we de sigaren aanboden en ik hoor je zeggen dat je de sigaren zal laten aan de prijs die de gebruiker bepaalt,zijn prijs,dertig pesos, en de gast zegt dat hij ze in bewaring zal nemen want hij heeft geen geld,jij vraagt hem of hij wat geld kan voorschieten,misschien de helft van de prijs en hij zegt nee, misschien tien pesos dan dring je aan en ik hoor je bijna smeken en ik herinner me je in de oude gang van ons huis, zittend, in  de namiddag , met je sigarenplank,middag na namiddag ,één voor één duizenden sigaren zitten maken, rechtstaan om koffie te maken en bananen te bakken en ze naar me toe te brengen daar waar ik met een houten groene auto speel welke mijn meest kostbare bezit is,en de stemmen onderbreken me weer en ik zie dat ze je vijf pesos geven “ laat ze hier jongen“zeg je me blij , nooit zag ik een mooiere lach bij iemand na te verliezen en wanneer alles zo slecht afliep , en ik laat de pakketten achter bij de man.


We verlaten de markt vlug. Je zegt me dat ik me moet haasten, herinner je dat we de enigste bus moeten nemen die ons terug brengt, dezelfde die ons in de ochtend van de negentiende eeuw naar de twintigste bracht (denk ik nu , parodiërend op Simic) en dat het laat is en dat we moeten terugkeren naar onze eeuw achter de bergen en je vraagt me me te haasten,je rent bijna,we doorkruisen twee maal dezelfde straat , je vraagt iets aan enkele dames,ik maak me zorgen omdat ik denk dat we de weg zijn kwijtgeraakt,je ziet af en toe om en je lacht,de zon steekt, ik zie geen winkels meer,er is geen tijd, alleen je jurk met bloemen,je mand die heen en weer zwaait,ik kan je haast niet volgen,tot je plots stopt en naar me lacht en me met een triomferende blik aankijkt en ik jou en ik lach ook zonder te weten waarom en je neemt me bij de hand,en ik je zie nog steeds voor me als zevenjarige, mama , en je zegt “ een horentje “ en ik kijk op naar de ijskreemkar,de man lacht en de bel luidt en hij haalt een horentje boven en vult deze met een massa ( ik kende toen nog geen sorbet) en hij plaatst het in mijn hand “probeer het zoon “ zegt hij en dus probeer ik mijn allereerste ijskreem en ik kijk je gelukkig aan en ik ben het centrum van een wereld waarin jou licht me beschermt en ik weet dat ik niets meer nodig heb “en wil jij ook wat , mama? “ en je lacht”nee zoon, ik moet niet , dat is helemaal voor jou alleen “ en je neemt me bij de hand en we wandelen weer verder.Mama. 

 


Advertisements

Guatemala toont nogmaals haar strijdvaardigheid.

Ik had veel liever gehad dat ik dit stuk nog samen had kunnen schvrijven met mijn vriendin Tina Colclough, zij als lead en ik zelf als byline. Nog veel beter had geweest dat we de afgelopen tien jaar nog rond veel meer zaken en dossiers hadden kunnen samenwerken, ze tot op het bot onderzoeken, ze (als met een ui ), laag na laag afpellen… maar het heeft niet mogen zijn. Ik probeer wel Tina’s doortastendheid en gedrevenheid mee te nemen als een rode leidraad in mijn eigen leven. Als eerbetoon aan haar zal ik in de volgende paragrafen  een korte schets trachten te geven  van wat er de dag van vandaag zoal gebeurt en woedt op sociaal en politiek vlak in Guatemala. Ook wat er (hopelijk) nog aan zit te komen .

2017-09-03 20.20.20
Tina Colclough Guatemala 2000

Wat vooraf ging

Ondanks de turbulente situatie in Guatemala – en na het aftreden van de vorige president Otto Perez Molina ten gevolge van een corruptieschandaal – kwamen de geplande presidentsverkiezingen van  6 september 2015 er toch en werd Jimmy Morales de nieuwe president. Maar ik wil jullie toch even terug mee in de tijd nemen.

Na maandenlange protesten tegen de vorige  president Otto Perez Molina, werd deze aangeklaagd in een grote fraudezaak waaruit bleek dat miljoenen aan belastinggelden werden gestolen. Deze belangrijke doorbraak zorgde toen voor grote vreugde bij de Guatemalteken en dat deed hen hopen dat de echte “primavera” nu eindelijk kon aanbreken. Uiteindelijk gaf het hooggerechtshof toestemming voor een onderzoek naar de 64-jarige oud-generaal en op 1 september 2015 stemde het Guatemalteeks Congres unaniem in met de opheffing van zijn onschendbaarheid, waardoor hij  officieel in staat van beschuldiging kon gesteld worden. Zodra zijn aanhoudingsbevel werd uitgevaardigd, nam Perez Molina ontslag. Hij en vicepresident Roxana Baldetti zitten nog altijd in de gevangenis voor deze feiten. Meerdere ministers dienden toen hun ontslag in en meer dan vijf maanden lang werden er  grote demonstraties gehouden waar een heel brede waaier van sociale en burgerbewegingen aan deelnamen , zowel vakbonden, jongeren als boerenorganisaties. De doorbraak en dit ontslag kwam er door het massaal sociaal protest. Niettegenstaande dat de sociale en vakbondsbewegingen na deze overwinning opriepen om op kandidaten te stemmen die mee aan de grondslag lagen van dit  massief en volgehouden protest, werd alsnog de non- kandidaat en ex- komiek Jimmy Morales tot president verkozen.

Dejà-vu ?

Doch lang heeft het niet geduurd voor ook deze regering vanwege haar uiterst neoliberale koers in de clinch lag, niet alleen met verschillende van de sociale bewegingen,  maar nu dus ook met het CICIG oftewel de VN- Commissie tegen Straffeloosheid. De beslissing van de president om de grote chef van deze commissie – Iván Velásquez – persona non grata te verklaren en zijn uitwijzing te verordenen,  heeft nog maar eens een nieuw tijdperk van politieke crisis ingeluid.

Volgens Morales overschreed Velasquez de limieten van zijn mandaat en is dat de reden waarom hij niet meer kan aanblijven. Ook al beweert Morales niet uit persoonlijke motieven te handelen,  het is wel zeer toevallig dat CICIG net een onderzoek startte naar de (vermeende ) illegale financiering van zijn eigen verkeizingscampagne, die hem de overwinning bezorgde.  Tegelijkertijd werden reeds  én zijn zoon José Manuelo én zijn broer Samuel Morales in staat van  beschuldiging gesteld vanwege fraude en misdrijven tegen de staat (zoals de massieve witwassing die gebeurde via  de nationale registratie van eigendommen),ook wel gekend als de Botin -zaak.

Ondertussen werd kanselier Carlos Raul Morales reeds ontzet uit zijn functie, maar dienden ook  minister van Volksgezondheid  Lucrecia Hernandez en  verschillende andere hoge ambtenaren hun ontslag in, omdat ze het niet eens zijn met de beslissing van de president.

Guatemala ‘s veerkracht

De afgelopen dagen kwamen net als in 2015  opnieuw duizenden mensen op straat om te eisen dat het CICIG zijn onafhankelijk onderzoek kan voortzetten  en dat Ivan Velasquez aan het hoofd van de Commissie moet blijven. Ook het grondwettelijk hof verleende steun aan het aanblijven van Velasquez als hoofd van de Commissie. Op deze manier kon de president, althans tijdelijk , worden tegengehouden .

De VN stuurde ook een communiqué uit om haar bezorgdheid te uiten en haar onvrede te tonen met de huidige politieke ontwikkelingen in het land. ( zie bijlage 

De vakbonden trokken ook opnieuw naar de straten. Carlos Luch, algemeen secretaris van de Stecsa (glasindustrie) zegt er het volgende over: “ De actie van de president was gepland en ondersteund door nét die sectoren die altijd het meest profiteerden van corruptie en straffeloosheid. Dit wordt nu bemoeilijkt door het CICIG. “ Deze mensen zijn niet geïnteresseerd in de toekomst van de natie, noch in de armoede van de  overgrote meerderheid van de bevolking. Ze trekken zich er niets van aan dat dit het land terug in problemen zal brengen met betrekking tot de opschorting van internationale programma’s en kredietlijnen. Ze denken alleen aan hun eigen interesses”, aldus nog Luch. 

De internationale gemeenschap veroordeelt alvast de beslissing van de president en steunt  de commissaris van de CICIG. Net als in 2015 zijn het ook nu weer de sociale bewegingen –  met hun aanhang bij vrouwen , jongeren, studenten en inheemse volkeren – die mobiliseren… en zo ook de hoop weer doen aanzwellen dat het anders kan en beter moet !

Adelante Guatemala ! Las calles hablan y Ustedes pueden decidir differente  !

Feministische organisatie La Cuerda die protesteert:

https://m.facebook.com/pg/periodicolacuerda.guatemala/community/#

Foto’s van de inheemse organisaties die protesteren :

http://www.rel-uita.org/galerias/index.php?option=com_content&view=article&id=1073Itemid=11

Het blijft ondenkbaar te vergeten en te mooi om niet te herinneren.

Deel 1: Het blijft ondenkbaar te vergeten.

De laatste dag van deze bijzondere reis is aangebroken en het is dan ook ondenkbaar geen schrijfsel te wijten – voor ik aan de lange terugreis begin naar België – aan het land aan de andere kant van de wereld, dat meer dan 30 jaar geleden mijn hart veroverde: Guatemala.Dit land wordt meermaals omschreven als het land der eeuwige lente. Deze omschrijving klopt echter maar héél gedeeltelijk.Net zoals Honduras een hevig groen paradijs is voor enkelen, bestaat deze eeuwige lente ook maar voor enkelen hier in Guatemala. Voor meer dan tweederde van de bevolking betekent die lente meer het eeuwige zweet des aanschijns, van het gebukt gaan onder zware lasten van koffie, katoen, brandhout, suiker, cardemom, etc…zonder dat dit hen een waardig leven biedt!

Het is ook ondenkbaar om over dit inderdaad prachtige land van vulkanen en meren te schrijven, zonder aandacht te besteden aan de allesverwoestende burgeroorlog die 36 jaar duurde en waarvan de gevolgen zeker nog even lang of zelfs eeuwig zullen blijven doorwerken. Deze burgeroorlog en de aanhoudende  strijd en verzet van vele sociale bewegingen, waaronder vrouwen, boeren en studentengroeperingen, brachten tot op dit moment nog altijd geen oplossing voor de grote ongelijkheid, die in dit land hardnekkig blijft bestaan. Meer nog, deze ongelijkheid heeft zich na het conflict en niettegenstaande de vredesakkoorden – afgesloten tussen overheidsleger en guerrilla van 1996 – zelfs diep kunnen wortelen en vertaalt zich telkens weer in de insititutionele discriminatie die op alle niveau’s de inheemse Mayabevolking treft. Die mayabevolking was door het interne conflict al  zo getroffen. Toch geeft ze met meer dan 60% van de bevolking haar gezicht, cultuur én ook taal aan Guatemala.  Doch, in het voorjaar van  2015 begonnen meer en meer Guatemalteken de straten in te nemen en te protesteren tegen de corruptie en de parallele structuren die in  het land bestaan, tussen overheid en georganiseerde misdaad (drugstraffiek, afpersingen, ontvoeringen, etc…). Dit protest leidde toen o.a tot het aftreden van de toenmalige president Otto Perez Molina. Alma de Walsche schreef hier verschillende uitstekende analyses over in MO*.

Tot daar deze veel te korte inleidende situtatieschets.  En dan nu mijn kroniek over een dorp dat een zeer speciale plaats inneemt in mijn gedachten, mijmeringen, dromen maar ook in mijn vastberadenheid en revolutionaire passie en overtuiging.

Dat dorp is Santiago Atitlan, Solola Santiago Atitlán (Spaanse uitspraak: [santjaɣo atitlan], van Nahuatl atitlan, “bij het water”, in Tz’utujil Tz’ikin Jaay, (birdhouse) is een gemeente in de provincie van Solola.Dit stadje is gelegen aan het Lago de Atitlán in een baai tussen twee vulkanen, de San Pedro die opstijgt tot 2.846 en de Toliman die tot 3,144 meter hoog stijgt  ten zuidoosten, waar je ook de vulkaan Atitlan ziet omhoog rijzen tot 3.516 meter. Je kan je wel voorstellen waarom dit een magische plaats genoemd wordt. Voor mij is het dat ook, maar het is ook veel meer dan dat! Het is ook de plaats waar haar inwoners &el pueblo heroico& genoemd worden, volk van helden. Waarom dat zo is heeft alles te maken met de grimmige geschiedenis die dit stadje meemaakte tijdens de burgeroorlog, die dit land zolang teisterde. De burgeroorlog, zoals zovele andere op deze planeet, verliep niet zonder de  inmenging van de VS, die jarenlang de Guatemalteekse  overheid tegen het guerillaverzet ondersteunde en die medepichtig was aan de vele gruweldaden die gepleegd werden. De Guatemalteekse burgeroorlog was berucht voor haar campagnes van massavernietiging, verdwijningen en moorden. Santiago Atitlán was slachtoffer van dit alles. In 1980 werden regeringsstrijdmachten gecreëerd in Santiago Atitlán om rebellengroepen te bestrijden. Die rebellengroepen voerden een guerrillaoorlog vanuit de jungle in het omliggende gebied. De daarop volgende  tien jaar leefden de mensen van Santiago Atitlán in een constante toestand van angst. Als men vermoedde dat iemand betrokken was bij de rebellen, dan zou hij of zij de straf van de militaire troepen niet ontlopen. Bovendien werden kinderen vaak uit hun huizen en van de straten geplukt en gedwongen ingelijfd bij de regeringstroepen. Ook de guerilla bestrafte mensen bij bewijs van verraad. Gedurende deze tien jaar verdwenen veel mensen, werden ze gemarteld en/of gedood. Toch moesten de mensen van Santiago Atitlán hun levens voortzetten, dagelijks werken, zodat hun families niet van honger zouden omkomen .

In de nacht van 1 december 1990 verspreidde zich het woord dat de militairen  van plan waren om een plaatselijke bewoner te ontvoeren. De mensen van Santiago Atitlán hadden er schoon genoeg van en verzamelden op het stadsplein.Van daaruit trokken ze in protest naar de militaire kazerne, die zich enkele kilometers buiten de stadskern bevond. Toen de menigte van bijna 4000 inwoners de kazerne bereikte, was het al middernacht. Ze gingen naar de barakken om te spreken en te pleiten voor de onschuld van de man die het leger in het vizier hield, om te beletten dat deze opgepakt zou worden. Hun woorden werden echter beantwoord met kogels. De militairen schoten in het donker in het wildeweg op de menigte. De slachting resulteerde in de dood van 14 Tzutujiles, tussen 10 en 53 jaar oud en meer dan twintig gewonden. De reactie op de slachting kwam onmiddellijk en was overweldigend. Toen de mensenrechtenombudsman Ramiro de Leon Carpio (die kort hierna president zou worden) later (op 2 december) in Santiago Atitlan aankwam, werd hij ontmoet door een stortvloed van getuigenissen. Alsof er na  tientallen jaren van dodelijke stilte een stroom van emoties was vrijgekomen. Minder dan 24 uur na de moord werden 15.000 duimafdrukken en handtekeningen verzameld op een verzoekschrift waarin werd gesteld dat de verantwoordelijken moesten worden gezocht, aangeklaagd en bestraft en dat de legerbasis onmiddellijk moest worden verwijderd. Er waren nog nooit zo snel onderzoeksresultaten in Guatemala als op dat moment. Het verslag van de ombudsman, dat vijf dagen later werd uitgegeven, klaagde het leger als instelling aan, de verantwoordelijke officieren werden genoemd en Ramiro de Leon Carpio – toenmalig ombudsman – deed ook een publieke oproep tot verwijdering van het garnizoen.

Ook het mensenrechtenbureau van het katholieke aartsbisdom concludeerde dat het leger schuldig was aan misdaden inzake volkerenmoord en schreef aanbevelingen uit m.b.t. de schadevergoeding aan de families van de doden en gewonden. Ook adviseerde ze grote veranderingen in het legerbeleid. Zelfs het doorgaans gehoorzame Guatemalteekse Congres nam unaniem een resolutie aan waarin werd opgeroepen tot het opdoeken van de legerpost in Santiago Atitlan. In de nasleep van deze ongekende uitroep van volksprotest, trok het leger zijn 600 troepen op 20 december terug uit Santiago Atitlan.

De massa-begrafenis van de slachtoffers werd bijgewoond door ten minste 50 verslaggevers, één daarvan was mijn – helaas veel te vroeg overleden – zeer goede vriendin Tina Colclough. Het is via haar en haar man, de fotograaf Carlos Lopez-Barillas, dat ik én Santiago Atitlan én de wonderlijke Posada van onze gezamenlijke vriend David Glanville,  leerde kennen; een plaats waar het ondenkbaar mooi is om niet te herinneren. Hierover zal het tweede deel gaan van deze kroniek, in een volgende post weliswaar.

Lofrede der medeplichtigheid

Mijn blog verloopt niet chronologisch,deze kameraadschappelijke solidariteitsreis vraagt nu éénmaal om van tijd een abstractie te maken. Iets wat dichters en kunstenaars ook deden tijdens het Festival Internacional de Poesia Los Confines dat plaats had in de laatste week van juli in Gracias, Honduras. https://www.facebook.com/FIPLC/

Voor mij belichaamt die week onvergetelheid, omdat ik juist dáár in het Lencahart van Honduras zoveel oude vrienden/vriendinnen en strijdmakkers terug mocht tegenkomen, allemaal samen in een zelfde stadje .Ik wist wel dat een hart kon overlopen van vreugde of emoties maar dat vriendschappen gewoon terug aanknopen alsof er geen gisteren was blijft een merkwaardig iets en doet je afvragen “wat is het toch dat ons bond , wat bind ons nog steeds en wat zal ons blijven verbinden?” Eén van de antwoorden op deze vragen is zeker de kameraderie en de medeplichtigheid die ons een verbond deed sluiten toen, in woorden maar ook in daden. De herinneringen die terug naar boven komen in de vele gesprekken deden me terug even geloven dat we wél meerdere levens hebben, wat een absurde gedachte is natuurlijk. Dat euforisch gevoel verdwijnt dan weer wanneer je beeft van ontzetting en siddert van kwaadheid bij het aanhoren van de vele verschrikkelijke, mensonterende en onrechtvaardige gebeurtenissen die zich afspelen in dit mooie land , hevig groen van kleur ; voor enkelen het allesverslindende paradijs maar  voor de meesten echter “una prison verde.”

Doch , elke dag in Gracias deed mijn hoofd tollen van zoveel moois en krachtig en deed me tegelijkertijd ook “boca abierta” zijn van hoe mijn vrienden en kameraden me terugbrachten naar de hevige intense tijden die we samen meemaakten vóór,tijdens en na de staatsgreep van 2009. Wat duidelijk is en blijft , is onze revolutionaire droom, wetende en gelovende dat het ook anders kan en óók moet en dát is tenslotte wat ons bond, bind en altijd zal blijven verbinden !

 

Beleefd in Gracias ; opgetekend in Tegucigalpa.

25 juli- 5 augustus 2017

De bitterzoete oversteek (La travesía agridulce)

Tijdens mijn verblijf in El Salvador stelde mijn vriendin Carmen voor om een weekeinde naar Suchitoto te gaan om er o.a de filmset te bezoeken van “La Travesia” gedirigeerd door Noe Valladares. Enthousiast ging ik op haar aanbod in en beiden overtuigden we ook haar moeder met ons mee te gaan. Carmen’s mama kent Noe Valladares al jaren omdat ze lang met hem samenwerkte in ACISAM (een opleidings-en onderzoekscentrum voor geestelijke gezondheid). Daarbinnen werd ook de Escuela de Cine Comunitario opgericht. Daarvan is Valladeres de bezieler. Hij is zonder twijfel een man met een heel groot sociaal engagement. De school voor gemeenschapscinema geeft dan ook  kansen aan kwetsbare  jongeren uit Zuid-Mexico, Guamala, Nicaragua en El Salvador. Daarmee kunnen ze hun verhalen op het witte doek brengen

Zijn engagement spreekt voor zich .Vooral in de documentaire “El tigre y El Venado”el_tigre_y_el_venado-360997128-mmed uit 2013 wordt dit overduidelijk.  Het is het verhaal van Marcelino Galicia, een man van inheemse afkomst uit Tacuba en overlevende van het bloedbad  de in deze westelijke departementen plaatsvond in 1932 na de boerenopstand olv de toenmalige communistische partïj. Als enige overblijvende grootvader – die de kunst nog beheerst om de inheemse fluit (pito de carrizo)te bespelen – restte hem de taak deze eeuwenoude kunde door te geven geven aan een jonge man. Hij doet dit terwijl hij het trieste verhaal van zijn volk mondeling doorgeeft. Deze intense docu won verschillende nationale en internationale prijzen en is meer dan de moeite waard!

Toevallig was ik diezelfde ochtend met Carmen’s mama naar een conferentie geweest over migratie, deportatie en criminalisering. Een zeer heikel en actueel onderwerp in Centraal Amerka; zo dicht bij de zuidelijke grens tussen Guatemala en  Mexico waarlangs tienduizenden elk jaar opnieuw de grote oversteek wagen naar de VS. Deze – vooral jonge, mannelijke migranten – doen dit  bovenop de treinstellen van “La Bestia”, zoals de kilometerlange goederentrein genoemd wordt die Mexico doorkruist.

De film “La Travesía” van Noe Valladares, die uitkomt in het voorjaar van 2018, wil nu juist het verhaal brengen van wat er zich afspeelt in een tijdelijk opvanghuis waar migranten die de oversteek wagen,  even op adem kunnen komen alvorens hun tocht verder te zetten werken. De film kijkt naar de migranten onderling, maar ook naar de leken,  priesters en andere  mensen die in dit soort tijdelijk opvanghuis verblijven.  Mijn vriendin Carmen zal de postproductie van de film doen met het bedrijfje dat ze opstartte in La Casa Tomada (zie mijn vorige blogpost). Ze vertelde me dat het voor haar heel belangrijk is ook naar de set te trekken, voor ze  zich dagen- en nachtenlang achter een scherm zet om alle beelden en geluiden op elkaar af te stemmen.

Ik vond het zelf een heel interessante ervaring en was vooral onder de indruk van de montage  van de plaats waar het verhaal zich afspeelt. Na lang zoeken – vertelde iemand van de crew me – hadden ze deze oude hacienda gevonden, waar het FMLN  voorheen politieke activiteiten organiseerde. Na een deskundige metamorfose verschilde het in niets meer van de &echte& opvanghuizen (casas de acogida)  die ik kende van mijn vroegere werk met Centraalamerikaanse migranten in Chiapas, Mexico.

Tijdens deze twee dagen kreeg ik ook kort de kans om met een oude vriendin te praten over hoe zij het post-strijdperk ervaart, nu het FMLN als politieke partij het land mee regeert. Zij vertelde me dat ze zelf afzag van haar lidmaatschap, van zodra het FMLN een politieke partij werd. Er waren teveel interne meningsverschillen. Zelf omschrijft ze zich het liefst als revolutionair-democraat,”want wat betekent het nog  zich de dag van vandaag links te noemen?” Terwijl we samen naar de liederen luisteren, die gezongen worden door de acteurs-migranten, zegt ze nog steeds euforisch te worden bij het horen van sommige strijdliederen, die klaarblijkelijk ook deze jonge migranten nog steeds fel beroeren. Deze overlevering blijft toch maar, denk ik bij mezelf.Tegelijkertijd besef ik nog maar eens een keer dat het een helse tocht moet zijn, die vooral jonge mensen ondernemen om de VS toch maar te kunnen bereiken. Je moet én hopeloos én tegelijk ook heel vastberaden zijn om te beslissen dat dit de enige (uit)weg is naar een beter en waardiger leven. Trump, noch de meest verschrikkelijke verhalen van gedeporteerden – toch van diegenen die het nog kunnen navertellen – stopt de migratiestroom; de tocht wordt er alleen nog helser, gevaarlijker en onmenselijker door.

Als ik haar  vraag of het FMLN de politieke en sociaal-economische verzuchtingen en verwachtingen heeft kunnen inlossen – waarvoor zij en zoveel anderen gevochten hebben – blijft het antwoord lang uit… Een ongemakkelijke stilte maakt zich meester van ons eigen kleine scenario. “Jaar na jaar voelde ik me meer en meer écht ontzet over de klim naar boven, waar velen zich in de partij mee bezighouden. Het zijn trouwens dezelfde personages die partijleden die het revolutionaire gedachtengoed wel trouw blijven, naar beneden drukken. “Misselijkmakend”, zegt ze,  “na zoveel moed, pijn en offers die idereen gebracht heeft.” Een getuigenis als deze doet je heel stil en klein worden.”Het enige dat had kunnen werken”,vervolgt ze, “is de revolutionaire democratie, maar dat momentum is spijtig genoeg voorbij. Het FMLN speelt in hetzelfde voetbalveld als de andere partijen en moet dus ook de regels volgen of beter gezegd: is blijkbaar bereid die te volgen.”

Op het einde van ons gesprek fluistert ze me nog wel toe dat de grootste winst uit dit alles het feit is dat ze haar dochter een authentieke rebelsheid heeft bijgebracht. Helaas blijft ze zelf met veel pijn en spijt achter.

Over de massacre van 1932 : http://cispes.org/forward?path=node/8638

 

 

TijdTijdTijd

DSC00111No eres los otros – Jorge Luis Borges- Je bent de anderen niet 

…Tu materia es el tiempo, el incesante
tiempo. Eres cada solitario instante


Onafgebroken tijd is wat jij bent, tijd ben je, elk afzonderlijk moment 

Verhalen over drie landen; El Salvador, Guatemala en Honduras die elk iets vertellen over het verleden, heden en toekomst en die elkaar ook op één of andere manier doorkruisen. Van “La Casa Tomada”- een enorm veelzijdig initiatief, opgestaan uit de generaties van na de  burgeroorlog in San Salvador naar het onvergeeflijke verleden in Santiago Atitlan in Guatemala.Van het nakende afscheid van David Glanville, de onvergetelijke uitbater van de Posada de Santiago, naar de hoop en de moed van Hondurese schrijvers, dichters en artiesten versus het oeverloos geweld en de lafheid, aangespoord vanuit een dictatoriale regering vergiftigde erfenis van de staatsgreep die plaats vond in 2009. Ik neem jullie graag mee op deze reis via een aantal korte verhalen, beschouwingen en beelden.