Er niet meer zijn en je toch blijven achtervolgen, das typisch dé Renson.

IK DEEL HIER GRAAG MIJN HERINNERING AAN RUDI NOG EENS. DEZE KEER MET BEELDEN VAN TOEN.

Alle abstractie is in de realiteit heel concreet.” Dit zou een perfecte openingszin kunnen geweest zijn van het Radio en Tv Salon, het programma dat jarenlang de luisteraars van Radio Centraal kluisterde aan de radio ofwel hen verwoed deed draaien aan de FM knop, om toch maar niet geconfronteerd te worden met de wekelijkse  situationistische update van het wereldgebeuren.

Het was nog net geen zes uur, toen ik op een vrijdag Radio Centraal binnen wandelde. Twee vriendinnen overtuigden me om tot daar te komen om een gastrolletje te spelen in hun wekelijks luisterspel, “De Barbie’s”. Later op de avond zouden we dan gaan “feesten” met een paar gasten die juist daarna hun eigen programma hadden. Gaan “feesten” in die tijd betekende het Antwerpse nachtleven intrekken en dit liefst tot het ochtendgloren. Ja, “wild at heart and weird on top” was toen een hoog goed om na te streven. Ik herinner me het moment nog haarscherp. De programma’s gingen toen allemaal door in de “kleine” studio, waarvan twee derde werd ingenomen door mengpaneel en toebehoren. Er stond ook een kleine tafel met micro’s en er was amper plaats voor stoelen. Zo kwam het dat ik bij de start van RTVS al vlug op de schoot van Rudi terecht kwam. Rom zat achter de knoppen. Er was veel hilariteit en over en weer gediscussieer tijdens het programma en ik vond dat heerlijk.

Een nieuwe wereld ging voor mij open. Ik was in het echte Antwerpen terecht gekomen. De vrijdagen begonnen steeds meer over te lopen in de zaterdagen in gezelschap van deze fijne heerschappen. Naarmate de tijd vorderde, liep ik meer en meer aan de arm van Rudi door de stad. Daar werden wij – denk ik – na een wat stuntelig begin elke dag blijer en blijer mee, en dat voor vele jaren. Door en met Rudi leerde ik als jonge meid stilaan het echte Antwerpen kennen, van Noord naar Zuid, van dag naar nacht en weer terug.

Rudi op zijn beurt reisde de daaropvolgende jaren regelmatig af naar Centraal-Amerika dat mijn tweede thuis werd. Hij kon het wel vinden met ‘the latino way of live’. Hij werd er toen al –  uit respect voor zijn ouderdom –  Don Rudolfo genoemd. En wel ja, de ‘anti-establishment kid from the block’liet hem dat meer dan welgevallen. Hij rechtte zijn rug altijd wat wanneer iemand hem met die titel aansprak en glunderde dan honderduit. Maar zeg nu zelf, wat een knappe man is Rudi toch altijd geweest. Fier, koppig, een schurk ook met gierige streken, maar uiteindelijk iemand die altijd genereuze beslissingen nam als het erop aan kwam.

In San Salvador zowel als op de flanken rondom Tegucigalpa (waar ik lange tijd woonde) overtuigde hij jonge kunstenaars, vrienden en vriendinnen er keer op keer van dat Antwerpen ‘el centro del mundo ‘was.’Dat is altijd zo geweest en zal altijd zo blijven’, zei hij dan, meer en meer overtuigd bij elke nieuwe Cuba Libre. Hij maakte zich ook daar tot een graag geziene gast en een goede vriend.

Samen zijn met Rudi betekende ook samen zijn met Nicole Van Goethem. Daardoor gebeurde het dat ik als jonge vriendin langs beide kanten begeesterd werd door twee heel speciale mensen.Dat was een immens intense tijd. Rudi was kapot van haar plotse dood maar liet niet na haar laatste film – L.A.T /Living Apart Together – af te maken en haar te eren met een overzichtstentoonstelling in Indian Caps. Hij werkte na haar dood ook maandenlang, samen met zijn goede vriendin Yvonne Dewinter, aan het minutieus archiveren van Nicole’s werk om het dan onder te brengen in het Letterenarchief, op een steenworp van Ercola waar hij met Nicolleke hun Croco Buro had. Zoals ik eerder al zei, genereuze beslissingen nemen op de juiste momenten was ook Rudi’s handelsmerk.

De evacuatie van zijn atelier in Ercola – wat toch voor tientallen jaren zijn professionele en creatieve biotoop was – evenmin als een herseninfarct, dat hem deels verlamde, maakten zijn veerkracht kapot. In tegendeel – zo koppig als wat begon hij te schilderen met zijn linkerhand. Door de honderden tekeningen en beelden van zijn eigen hand vertelde hij zijn verhaal. Velen onder jullie konden daar een deeltje van zien op zowel de tentoonstelling bij ‘Stadslimiet’ (de toenmalige galerij van  Dennis Tiefus) als bij de benefiet-tentoonstelling van Ercola, afgelopen mei.

Dit was niet mogelijk geweest als Rudi niet thuis had kunnen blijven, daar in de wereld die hij ook toonde via zijn twee grote uitstalramen in de Keizerstraat 37. Het is Annemie die zijn leven de laatste jaren draaglijk heeft gemaakt en die echt verstond hoe ze zich in zijn belevingswereld kon bewegen en zich daar samen goed bij te voelen. Ik zei haar dat meerdere keren voor ze ons zelf veel te vroeg verliet, nog geen twee maanden na Rudi. ‘Niemand of niemand had dat beter kunnen doen dan jij, Annemie. ‘

Graag zou ik willen eindigen met een zeer toepasselijk citaat, vrij vertaald door mezelf uit het Spaans. Het komt uit het korte ‘In Memoriam’  dat zijn Hondurese vriend en dichter Salvador Madrid op de dag van zijn heengaan publiceerde.

‘De oude man Renson is heden vertrokken. Het is warm in België, maar een lichte tot zware motregen trekt voorbij mijn ogen. De Grote Drift, de enig mogelijke waarheid, opent opnieuw haar wonde en wist alle bedriegerij uit. Rudi sloot zijn ogen om de wereld van zijn vrienden, die blijven vechten voor leven en hoop, te verlichten. Moge je reis zacht zijn, Rudi.’

Ellen Verryt

Genua – 16 juli 2018. (lichtjes aangepast op 13 juli 2020)

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s