MAMA ELVIRA

Alhier een buitengewoon IM van Salvador Madrid voor en over zijn grootmoeder die na 99 jaar deze wereld verliet maar bij velen voortleeft. Ook in mij heeft Mama Elvira vanaf de eerste ontmoeting een plaats in mijn hoofd en hart ingenomen. Lees en je zal een kleine jongen te zien en te horen krijgen met grote ogen,wispelturige krullen en een strohoed die hem tracht te beschermen tegen de zon wanneer hij met zijn grootmoeder voor de eerste keer naar de kleine stad van Santa Rosa de Copan trekt om er haar zelfgerolde sigaren te gaan verkopen.

Salvador Madrid·maandag 25 september 2017

ELVIRA


Je neemt me bij de hand wanneer we uit de bus stappen. Je ruikt naar het woud van de hooglanden  en ik kijk omhoog naar je en alhoewel de zon me in de ogen priemt ontdek ik dat je je eigen licht hebt.


Ik bevind me  in jou licht, beschermd op mijn eerste trip naar de wereld, naar het kleine stadje van  Santa Rosa de Copán. “Hou de dingen goed vast ”,zeg je mij. En zo maak ik de farden met 500 tabaksigaren opgerold in droge bananenbladeren vast en bind ik ze vanachter op mijn rug terwijl jij jou 500 sigaren draagt; ik zet mijn strooien hoedje goed, ik kijk recht vooruit naar de stad en vraag je “ Wat zeg ik daar  mama?”,“ zeg beleefd goeie dag, kijk naar de mensen en zeg hen dan: koop sigaren “en zo begon mijn trip naar de stad en naar de ontdekking van de wereld,van winkeltje naar winkeltje, van minachting naar minachting,van gejammer naar  gejammer,tot we bijna verbrand door de zomer aan het park van Santa Rosa aankwamen. Ik ben te verrast om de wereld te leren kennen en ik voel geen moeheid, noch dat het zweet,het hemdje dat tante Amelia voor me maakte, op de huid doet plakken. Ik kijk naar die goedgeklede mensen die over zaken praten die ik niet versta, met die doekjes rond hun hals gebonden en hun blinkende schoenen. Ik zie voor hert eerst een superette, een bank, een winkel, een patisserie.   


Je neemt me bij de hand en je weet goed wat ik denk :ja, wij zijn anders, komen van ergens anders, maar we zijn niet minder waard. Ja, de zon steekt, het zal vlug middag zijn en we hebben nog geen enkele farde sigaren verkocht,je neemt me weer bij de hand en ik richt mijn blik op jou en verdrink in de jouwe ,je kijkt alsof je iets wil ontdekken en ik weet dat er een diepe triestheid in dat gebaar zit; vandaag,nu ik de zee en het universum van  boeken ken doet die blik van jou me nog meer pijn.


We hebben niets verkocht , denk ik bij mezelf, en ik wil iets zeggen maar ik kan niet en net voor ons passeert er een busje dat ijsjes verkoopt en luidt er een bel die me enig plezier verschaft,en jij kijkt me aan en zegt niets,een familie komt dichterbij en ze kopen ijsjes en ik zie hen en je kijkt me aan en ik probeer nogmaals in je blik een verklaring voor deze dingen te ontdekken. “Kom ,wandel voort jongen “ en ik stap achter je aan.“We gaan naar de markt “ zeg je “daar verkopen we ze wel,ik hou er niet echt van daar naar toe te gaan omdat ze er alles goedkoop willen”. “ Kom wandel voort jongen “ ik kijk je opnieuw aan terwijl we voortwandelen en een grote poort binnengaan,ik ruik groenten,gedroogde vis, het geroep wordt luider en kruiden, tamales, havermoutpap , soepen doorkruisen dit doolhof en we komen aan een stand met opgerolde stromatten, zakken met mais , bonen, rijst en duizenden kleine hangertjes die ik stilaan begin te onderscheiden : het zijn kleine plastieken autootjes, lemen figurtjes ook , ik ken geen vliegtuigen , geen oorlogstankers, noch ziekenwagens of brandweerwagens of raceauto’s noch politiemotors,de wereld is veel te nieuw voor mij ;ik kom van de hooglanden,voor mij is een vliegtuig een uur “het vliegtuig van drie uur  “ zeggen ze daar , voor mij is de wereld gecompliceerd; je woorden onderbreken me,we verkopen de 1000 sigaren die je met je handen maakte voor 50 pesos ,“ze kosten 5 centiemen per sigaar mijnheer”,maar de man wil de prijs niet aanvaarden,” haal de sigaren boven zoon en laat ze zien “ , ik open een pakket en toon hem een farde van vijftig sigaren, de man grist ze van mijn handen en ruikt eraan, haalt een briefje van 50 boven en houdt het vast met duim en wijsvinger, en zegt ja het zijn er goede  maar ook dat het slechte verkoopdagen zijn en dat hij dertig pesos voor de duizend wil geven , en jij zegt nee , ik hou de sigaren terug bij; opnieuw beginnen we  over de markt te wandelen, bieden we de sigaren aan,ze bekijken ze,ze betasten ze en zeggen dat het er goede zijn en ze kopen niet,het zijn slechte verkoopdagen. Ik kijk je terug aan terwijl je halt houdt en me heel lief aankijkt ,zo diep dat jou ogen graven en ik in het midden van de wereld lach naar je “ Ben je moe ? “ vraag je me en ik ben moe en hongerig, maar een stem in mezelf zegt me naar je te lachen en je liefdevol aan te kijken en ik zeg nee, dat alles goed is en dat ik blij ben de wereld te leren kennen.


En we beginnen terug over de markt te wandelen naar de eerste plaats waar we de sigaren aanboden en ik hoor je zeggen dat je de sigaren zal laten aan de prijs die de gebruiker bepaalt,zijn prijs,dertig pesos, en de gast zegt dat hij ze in bewaring zal nemen want hij heeft geen geld,jij vraagt hem of hij wat geld kan voorschieten,misschien de helft van de prijs en hij zegt nee, misschien tien pesos dan dring je aan en ik hoor je bijna smeken en ik herinner me je in de oude gang van ons huis, zittend, in  de namiddag , met je sigarenplank,middag na namiddag ,één voor één duizenden sigaren zitten maken, rechtstaan om koffie te maken en bananen te bakken en ze naar me toe te brengen daar waar ik met een houten groene auto speel welke mijn meest kostbare bezit is,en de stemmen onderbreken me weer en ik zie dat ze je vijf pesos geven “ laat ze hier jongen“zeg je me blij , nooit zag ik een mooiere lach bij iemand na te verliezen en wanneer alles zo slecht afliep , en ik laat de pakketten achter bij de man.


We verlaten de markt vlug. Je zegt me dat ik me moet haasten, herinner je dat we de enigste bus moeten nemen die ons terug brengt, dezelfde die ons in de ochtend van de negentiende eeuw naar de twintigste bracht (denk ik nu , parodiërend op Simic) en dat het laat is en dat we moeten terugkeren naar onze eeuw achter de bergen en je vraagt me me te haasten,je rent bijna,we doorkruisen twee maal dezelfde straat , je vraagt iets aan enkele dames,ik maak me zorgen omdat ik denk dat we de weg zijn kwijtgeraakt,je ziet af en toe om en je lacht,de zon steekt, ik zie geen winkels meer,er is geen tijd, alleen je jurk met bloemen,je mand die heen en weer zwaait,ik kan je haast niet volgen,tot je plots stopt en naar me lacht en me met een triomferende blik aankijkt en ik jou en ik lach ook zonder te weten waarom en je neemt me bij de hand,en ik je zie nog steeds voor me als zevenjarige, mama , en je zegt “ een horentje “ en ik kijk op naar de ijskreemkar,de man lacht en de bel luidt en hij haalt een horentje boven en vult deze met een massa ( ik kende toen nog geen sorbet) en hij plaatst het in mijn hand “probeer het zoon “ zegt hij en dus probeer ik mijn allereerste ijskreem en ik kijk je gelukkig aan en ik ben het centrum van een wereld waarin jou licht me beschermt en ik weet dat ik niets meer nodig heb “en wil jij ook wat , mama? “ en je lacht”nee zoon, ik moet niet , dat is helemaal voor jou alleen “ en je neemt me bij de hand en we wandelen weer verder.Mama. 

 


Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s