Het blijft ondenkbaar te vergeten en te mooi om niet te herinneren.

Deel 1: Het blijft ondenkbaar te vergeten.

De laatste dag van deze bijzondere reis is aangebroken en het is dan ook ondenkbaar geen schrijfsel te wijten – voor ik aan de lange terugreis begin naar België – aan het land aan de andere kant van de wereld, dat meer dan 30 jaar geleden mijn hart veroverde: Guatemala.Dit land wordt meermaals omschreven als het land der eeuwige lente. Deze omschrijving klopt echter maar héél gedeeltelijk.Net zoals Honduras een hevig groen paradijs is voor enkelen, bestaat deze eeuwige lente ook maar voor enkelen hier in Guatemala. Voor meer dan tweederde van de bevolking betekent die lente meer het eeuwige zweet des aanschijns, van het gebukt gaan onder zware lasten van koffie, katoen, brandhout, suiker, cardemom, etc…zonder dat dit hen een waardig leven biedt!

Het is ook ondenkbaar om over dit inderdaad prachtige land van vulkanen en meren te schrijven, zonder aandacht te besteden aan de allesverwoestende burgeroorlog die 36 jaar duurde en waarvan de gevolgen zeker nog even lang of zelfs eeuwig zullen blijven doorwerken. Deze burgeroorlog en de aanhoudende  strijd en verzet van vele sociale bewegingen, waaronder vrouwen, boeren en studentengroeperingen, brachten tot op dit moment nog altijd geen oplossing voor de grote ongelijkheid, die in dit land hardnekkig blijft bestaan. Meer nog, deze ongelijkheid heeft zich na het conflict en niettegenstaande de vredesakkoorden – afgesloten tussen overheidsleger en guerrilla van 1996 – zelfs diep kunnen wortelen en vertaalt zich telkens weer in de insititutionele discriminatie die op alle niveau’s de inheemse Mayabevolking treft. Die mayabevolking was door het interne conflict al  zo getroffen. Toch geeft ze met meer dan 60% van de bevolking haar gezicht, cultuur én ook taal aan Guatemala.  Doch, in het voorjaar van  2015 begonnen meer en meer Guatemalteken de straten in te nemen en te protesteren tegen de corruptie en de parallele structuren die in  het land bestaan, tussen overheid en georganiseerde misdaad (drugstraffiek, afpersingen, ontvoeringen, etc…). Dit protest leidde toen o.a tot het aftreden van de toenmalige president Otto Perez Molina. Alma de Walsche schreef hier verschillende uitstekende analyses over in MO*.

Tot daar deze veel te korte inleidende situtatieschets.  En dan nu mijn kroniek over een dorp dat een zeer speciale plaats inneemt in mijn gedachten, mijmeringen, dromen maar ook in mijn vastberadenheid en revolutionaire passie en overtuiging.

Dat dorp is Santiago Atitlan, Solola Santiago Atitlán (Spaanse uitspraak: [santjaɣo atitlan], van Nahuatl atitlan, “bij het water”, in Tz’utujil Tz’ikin Jaay, (birdhouse) is een gemeente in de provincie van Solola.Dit stadje is gelegen aan het Lago de Atitlán in een baai tussen twee vulkanen, de San Pedro die opstijgt tot 2.846 en de Toliman die tot 3,144 meter hoog stijgt  ten zuidoosten, waar je ook de vulkaan Atitlan ziet omhoog rijzen tot 3.516 meter. Je kan je wel voorstellen waarom dit een magische plaats genoemd wordt. Voor mij is het dat ook, maar het is ook veel meer dan dat! Het is ook de plaats waar haar inwoners &el pueblo heroico& genoemd worden, volk van helden. Waarom dat zo is heeft alles te maken met de grimmige geschiedenis die dit stadje meemaakte tijdens de burgeroorlog, die dit land zolang teisterde. De burgeroorlog, zoals zovele andere op deze planeet, verliep niet zonder de  inmenging van de VS, die jarenlang de Guatemalteekse  overheid tegen het guerillaverzet ondersteunde en die medepichtig was aan de vele gruweldaden die gepleegd werden. De Guatemalteekse burgeroorlog was berucht voor haar campagnes van massavernietiging, verdwijningen en moorden. Santiago Atitlán was slachtoffer van dit alles. In 1980 werden regeringsstrijdmachten gecreëerd in Santiago Atitlán om rebellengroepen te bestrijden. Die rebellengroepen voerden een guerrillaoorlog vanuit de jungle in het omliggende gebied. De daarop volgende  tien jaar leefden de mensen van Santiago Atitlán in een constante toestand van angst. Als men vermoedde dat iemand betrokken was bij de rebellen, dan zou hij of zij de straf van de militaire troepen niet ontlopen. Bovendien werden kinderen vaak uit hun huizen en van de straten geplukt en gedwongen ingelijfd bij de regeringstroepen. Ook de guerilla bestrafte mensen bij bewijs van verraad. Gedurende deze tien jaar verdwenen veel mensen, werden ze gemarteld en/of gedood. Toch moesten de mensen van Santiago Atitlán hun levens voortzetten, dagelijks werken, zodat hun families niet van honger zouden omkomen .

In de nacht van 1 december 1990 verspreidde zich het woord dat de militairen  van plan waren om een plaatselijke bewoner te ontvoeren. De mensen van Santiago Atitlán hadden er schoon genoeg van en verzamelden op het stadsplein.Van daaruit trokken ze in protest naar de militaire kazerne, die zich enkele kilometers buiten de stadskern bevond. Toen de menigte van bijna 4000 inwoners de kazerne bereikte, was het al middernacht. Ze gingen naar de barakken om te spreken en te pleiten voor de onschuld van de man die het leger in het vizier hield, om te beletten dat deze opgepakt zou worden. Hun woorden werden echter beantwoord met kogels. De militairen schoten in het donker in het wildeweg op de menigte. De slachting resulteerde in de dood van 14 Tzutujiles, tussen 10 en 53 jaar oud en meer dan twintig gewonden. De reactie op de slachting kwam onmiddellijk en was overweldigend. Toen de mensenrechtenombudsman Ramiro de Leon Carpio (die kort hierna president zou worden) later (op 2 december) in Santiago Atitlan aankwam, werd hij ontmoet door een stortvloed van getuigenissen. Alsof er na  tientallen jaren van dodelijke stilte een stroom van emoties was vrijgekomen. Minder dan 24 uur na de moord werden 15.000 duimafdrukken en handtekeningen verzameld op een verzoekschrift waarin werd gesteld dat de verantwoordelijken moesten worden gezocht, aangeklaagd en bestraft en dat de legerbasis onmiddellijk moest worden verwijderd. Er waren nog nooit zo snel onderzoeksresultaten in Guatemala als op dat moment. Het verslag van de ombudsman, dat vijf dagen later werd uitgegeven, klaagde het leger als instelling aan, de verantwoordelijke officieren werden genoemd en Ramiro de Leon Carpio – toenmalig ombudsman – deed ook een publieke oproep tot verwijdering van het garnizoen.

Ook het mensenrechtenbureau van het katholieke aartsbisdom concludeerde dat het leger schuldig was aan misdaden inzake volkerenmoord en schreef aanbevelingen uit m.b.t. de schadevergoeding aan de families van de doden en gewonden. Ook adviseerde ze grote veranderingen in het legerbeleid. Zelfs het doorgaans gehoorzame Guatemalteekse Congres nam unaniem een resolutie aan waarin werd opgeroepen tot het opdoeken van de legerpost in Santiago Atitlan. In de nasleep van deze ongekende uitroep van volksprotest, trok het leger zijn 600 troepen op 20 december terug uit Santiago Atitlan.

De massa-begrafenis van de slachtoffers werd bijgewoond door ten minste 50 verslaggevers, één daarvan was mijn – helaas veel te vroeg overleden – zeer goede vriendin Tina Colclough. Het is via haar en haar man, de fotograaf Carlos Lopez-Barillas, dat ik én Santiago Atitlan én de wonderlijke Posada van onze gezamenlijke vriend David Glanville,  leerde kennen; een plaats waar het ondenkbaar mooi is om niet te herinneren. Hierover zal het tweede deel gaan van deze kroniek, in een volgende post weliswaar.

Lofrede der medeplichtigheid

Mijn blog verloopt niet chronologisch,deze kameraadschappelijke solidariteitsreis vraagt nu éénmaal om van tijd een abstractie te maken. Iets wat dichters en kunstenaars ook deden tijdens het Festival Internacional de Poesia Los Confines dat plaats had in de laatste week van juli in Gracias, Honduras. https://www.facebook.com/FIPLC/

Voor mij belichaamt die week onvergetelheid, omdat ik juist dáár in het Lencahart van Honduras zoveel oude vrienden/vriendinnen en strijdmakkers terug mocht tegenkomen, allemaal samen in een zelfde stadje .Ik wist wel dat een hart kon overlopen van vreugde of emoties maar dat vriendschappen gewoon terug aanknopen alsof er geen gisteren was blijft een merkwaardig iets en doet je afvragen “wat is het toch dat ons bond , wat bind ons nog steeds en wat zal ons blijven verbinden?” Eén van de antwoorden op deze vragen is zeker de kameraderie en de medeplichtigheid die ons een verbond deed sluiten toen, in woorden maar ook in daden. De herinneringen die terug naar boven komen in de vele gesprekken deden me terug even geloven dat we wél meerdere levens hebben, wat een absurde gedachte is natuurlijk. Dat euforisch gevoel verdwijnt dan weer wanneer je beeft van ontzetting en siddert van kwaadheid bij het aanhoren van de vele verschrikkelijke, mensonterende en onrechtvaardige gebeurtenissen die zich afspelen in dit mooie land , hevig groen van kleur ; voor enkelen het allesverslindende paradijs maar  voor de meesten echter “una prison verde.”

Doch , elke dag in Gracias deed mijn hoofd tollen van zoveel moois en krachtig en deed me tegelijkertijd ook “boca abierta” zijn van hoe mijn vrienden en kameraden me terugbrachten naar de hevige intense tijden die we samen meemaakten vóór,tijdens en na de staatsgreep van 2009. Wat duidelijk is en blijft , is onze revolutionaire droom, wetende en gelovende dat het ook anders kan en óók moet en dát is tenslotte wat ons bond, bind en altijd zal blijven verbinden !

 

Beleefd in Gracias ; opgetekend in Tegucigalpa.

25 juli- 5 augustus 2017

De bitterzoete oversteek (La travesía agridulce)

Tijdens mijn verblijf in El Salvador stelde mijn vriendin Carmen voor om een weekeinde naar Suchitoto te gaan om er o.a de filmset te bezoeken van “La Travesia” gedirigeerd door Noe Valladares. Enthousiast ging ik op haar aanbod in en beiden overtuigden we ook haar moeder met ons mee te gaan. Carmen’s mama kent Noe Valladares al jaren omdat ze lang met hem samenwerkte in ACISAM (een opleidings-en onderzoekscentrum voor geestelijke gezondheid). Daarbinnen werd ook de Escuela de Cine Comunitario opgericht. Daarvan is Valladeres de bezieler. Hij is zonder twijfel een man met een heel groot sociaal engagement. De school voor gemeenschapscinema geeft dan ook  kansen aan kwetsbare  jongeren uit Zuid-Mexico, Guamala, Nicaragua en El Salvador. Daarmee kunnen ze hun verhalen op het witte doek brengen

Zijn engagement spreekt voor zich .Vooral in de documentaire “El tigre y El Venado”el_tigre_y_el_venado-360997128-mmed uit 2013 wordt dit overduidelijk.  Het is het verhaal van Marcelino Galicia, een man van inheemse afkomst uit Tacuba en overlevende van het bloedbad  de in deze westelijke departementen plaatsvond in 1932 na de boerenopstand olv de toenmalige communistische partïj. Als enige overblijvende grootvader – die de kunst nog beheerst om de inheemse fluit (pito de carrizo)te bespelen – restte hem de taak deze eeuwenoude kunde door te geven geven aan een jonge man. Hij doet dit terwijl hij het trieste verhaal van zijn volk mondeling doorgeeft. Deze intense docu won verschillende nationale en internationale prijzen en is meer dan de moeite waard!

Toevallig was ik diezelfde ochtend met Carmen’s mama naar een conferentie geweest over migratie, deportatie en criminalisering. Een zeer heikel en actueel onderwerp in Centraal Amerka; zo dicht bij de zuidelijke grens tussen Guatemala en  Mexico waarlangs tienduizenden elk jaar opnieuw de grote oversteek wagen naar de VS. Deze – vooral jonge, mannelijke migranten – doen dit  bovenop de treinstellen van “La Bestia”, zoals de kilometerlange goederentrein genoemd wordt die Mexico doorkruist.

De film “La Travesía” van Noe Valladares, die uitkomt in het voorjaar van 2018, wil nu juist het verhaal brengen van wat er zich afspeelt in een tijdelijk opvanghuis waar migranten die de oversteek wagen,  even op adem kunnen komen alvorens hun tocht verder te zetten werken. De film kijkt naar de migranten onderling, maar ook naar de leken,  priesters en andere  mensen die in dit soort tijdelijk opvanghuis verblijven.  Mijn vriendin Carmen zal de postproductie van de film doen met het bedrijfje dat ze opstartte in La Casa Tomada (zie mijn vorige blogpost). Ze vertelde me dat het voor haar heel belangrijk is ook naar de set te trekken, voor ze  zich dagen- en nachtenlang achter een scherm zet om alle beelden en geluiden op elkaar af te stemmen.

Ik vond het zelf een heel interessante ervaring en was vooral onder de indruk van de montage  van de plaats waar het verhaal zich afspeelt. Na lang zoeken – vertelde iemand van de crew me – hadden ze deze oude hacienda gevonden, waar het FMLN  voorheen politieke activiteiten organiseerde. Na een deskundige metamorfose verschilde het in niets meer van de &echte& opvanghuizen (casas de acogida)  die ik kende van mijn vroegere werk met Centraalamerikaanse migranten in Chiapas, Mexico.

Tijdens deze twee dagen kreeg ik ook kort de kans om met een oude vriendin te praten over hoe zij het post-strijdperk ervaart, nu het FMLN als politieke partij het land mee regeert. Zij vertelde me dat ze zelf afzag van haar lidmaatschap, van zodra het FMLN een politieke partij werd. Er waren teveel interne meningsverschillen. Zelf omschrijft ze zich het liefst als revolutionair-democraat,”want wat betekent het nog  zich de dag van vandaag links te noemen?” Terwijl we samen naar de liederen luisteren, die gezongen worden door de acteurs-migranten, zegt ze nog steeds euforisch te worden bij het horen van sommige strijdliederen, die klaarblijkelijk ook deze jonge migranten nog steeds fel beroeren. Deze overlevering blijft toch maar, denk ik bij mezelf.Tegelijkertijd besef ik nog maar eens een keer dat het een helse tocht moet zijn, die vooral jonge mensen ondernemen om de VS toch maar te kunnen bereiken. Je moet én hopeloos én tegelijk ook heel vastberaden zijn om te beslissen dat dit de enige (uit)weg is naar een beter en waardiger leven. Trump, noch de meest verschrikkelijke verhalen van gedeporteerden – toch van diegenen die het nog kunnen navertellen – stopt de migratiestroom; de tocht wordt er alleen nog helser, gevaarlijker en onmenselijker door.

Als ik haar  vraag of het FMLN de politieke en sociaal-economische verzuchtingen en verwachtingen heeft kunnen inlossen – waarvoor zij en zoveel anderen gevochten hebben – blijft het antwoord lang uit… Een ongemakkelijke stilte maakt zich meester van ons eigen kleine scenario. “Jaar na jaar voelde ik me meer en meer écht ontzet over de klim naar boven, waar velen zich in de partij mee bezighouden. Het zijn trouwens dezelfde personages die partijleden die het revolutionaire gedachtengoed wel trouw blijven, naar beneden drukken. “Misselijkmakend”, zegt ze,  “na zoveel moed, pijn en offers die idereen gebracht heeft.” Een getuigenis als deze doet je heel stil en klein worden.”Het enige dat had kunnen werken”,vervolgt ze, “is de revolutionaire democratie, maar dat momentum is spijtig genoeg voorbij. Het FMLN speelt in hetzelfde voetbalveld als de andere partijen en moet dus ook de regels volgen of beter gezegd: is blijkbaar bereid die te volgen.”

Op het einde van ons gesprek fluistert ze me nog wel toe dat de grootste winst uit dit alles het feit is dat ze haar dochter een authentieke rebelsheid heeft bijgebracht. Helaas blijft ze zelf met veel pijn en spijt achter.

Over de massacre van 1932 : http://cispes.org/forward?path=node/8638

 

 

TijdTijdTijd

DSC00111No eres los otros – Jorge Luis Borges- Je bent de anderen niet 

…Tu materia es el tiempo, el incesante
tiempo. Eres cada solitario instante


Onafgebroken tijd is wat jij bent, tijd ben je, elk afzonderlijk moment 

Verhalen over drie landen; El Salvador, Guatemala en Honduras die elk iets vertellen over het verleden, heden en toekomst en die elkaar ook op één of andere manier doorkruisen. Van “La Casa Tomada”- een enorm veelzijdig initiatief, opgestaan uit de generaties van na de  burgeroorlog in San Salvador naar het onvergeeflijke verleden in Santiago Atitlan in Guatemala.Van het nakende afscheid van David Glanville, de onvergetelijke uitbater van de Posada de Santiago, naar de hoop en de moed van Hondurese schrijvers, dichters en artiesten versus het oeverloos geweld en de lafheid, aangespoord vanuit een dictatoriale regering vergiftigde erfenis van de staatsgreep die plaats vond in 2009. Ik neem jullie graag mee op deze reis via een aantal korte verhalen, beschouwingen en beelden.